Ga naar hoofdinhoud
Lars Ehrenreich Møller

Vanaf 1999 werk ik als advocaat, een beroep dat lange tijd mijn enige passie is geweest tot ik – noodgedwongen – aan de handrem moest trekken. Ik maakte een herstart, deze keer op míjn manier en met de mores waar ik me goed bij voel. Ik combineer mijn werk tegenwoordig met het deelnemen aan triatlonwedstrijden over de hele wereld. Over die combinatie schreef ik Van wie is de finish?, mijn debuut. 

Met het schrijven van dit boek vond ik onverwacht een oude passie terug. Al in mijn vroege jeugd schreef ik graag. Verhalen, later ook songteksten voor rockbands en een gedichtenbundel toen ik jongvolwassen was. In het Deens, mijn moedertaal. Met mijn verhuizing naar Nederland kwam aan dat schrijven een einde. Zonder het te beseffen, werd Van wie is de finish? een tijdloze brug tussen mijn vroegere, en mijn huidige leven. Het schrijven bracht als het ware veel dingen terug, en op een gekke wijze ook samen. Ik heb iets wat me heel dierbaar was, teruggekregen en geniet enorm van het hervonden proces van het aan elkaar rijgen van woorden, nu in het Nederlands.        

Van wie is de finish?

In Van wie is de finish? vertel ik waarom ik mijn toga regelmatig afwissel met hardloopschoenen, een fiets en een badmuts. Hier en daar en probeer ik een link te leggen tussen het doen en laten van advocaten en dat van triatleten. Met een knipoog, want sommige verschillen en overeenkomsten zie ik zelf ook pas sinds kort, na het herstel van een burn-out die mijn kijk op het leven veranderde. Dit boek is het resultaat van dat gewijzigde inzicht dat veel te maken heeft gehad met het getal 226, het aantal kilometers voor triatleten op de Ironmanafstand, en door toeval ook het aantal bladzijden in dit boek. 

Lars, advocaat en triatleet

April 2022.

Het moment waarop ik me realiseerde dat mijn triatlontrainingen een manier waren om af te rekenen met mijn advocatenleven kan ik me niet meer herinneren. Ik begon eraan zonder een diepere gedachte, en het ontwikkelde zich tot ik de gouden kooi waarin ik zat, achter me kon laten.

Al voor de eerste hardlooprage begon, liep ik hard. Hardloopschoenen waren er nog niet, in ieder geval niet in het stadje in Denemarken waar ik opgroeide. Fredericia ademde handbal. Ik liep dus hard op handbalschoenen.

Back To Top